Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Kijkkaarten en vragen

Als je specifiek het dramatisch inzicht centraal stelt, laat je jongeren vooral ontdekken hoe subjectief ze kijken en interpreteren, in relatie tot meningen van anderen.

Kijkkaarten voor de toeschouwers
Benoem straks de rollen;
Vertel iets van het non-verbaal spel;
Welke houding en gebaren zijn veelzeg¬gend¬?
Wat vertelt de mimiek?
Welke emoties zie je?
Vertel iets van het verbale spel.
Wat vertelt de intonatie van de stem?
Benoem de spelsituatie, de plaats(en) van handeling;
Benoem het begin, midden en eind van de scène;
Wat kun je zeggen van de spanning in de scène?


Vragen:
Wat heb je onthouden?
Geef in één kernwoord weer waar de voorstelling over gaat.
Met welke aspecten uit de voorstelling kun je jouw kernwoord toelichten?
Welke aspecten heb je niet gezien en ontdek je nu achteraf door te luisteren naar anderen?
Hoe staat jouw kernwoord in verhouding tot de algemene gegevens die door
recensies of interviews bekend zijn over de voorstelling.

Je kunt jongeren gericht laten kijken vanuit een opdracht. Ze kijken hierdoor intenser en gerichter. De eerdere kijkkaarten en vragen zorgen al voor inzicht. Met de navolgende opdrachten en vragen kun je het gebruik van vaktermen stimuleren. Hierdoor overstijgen ze het concrete spel in termen van abstracties en leer je jongeren in meer algemene zin dramapresentaties bespreken.

Vragen aan de spelers
Blijf je steeds realiseren dat de anderen, rolfiguren zijn die handelen, en niet de spelers zelf?
Komt het gebruik van de ruimte overeen met de bedoeling die je als speler had met je spel?
Wat betekenen de rolhandelingen op zich?
Is de tekst noodzakelijk?
Welke inspiratiebron hebben jullie gebruikt en waarin vind je dit terug?

Het bespreken
Het reflecteren is een gesprek en geen debat. Het gaat niet om goed of fout, maar om meer en minder gezien, of anders gekeken hebben. Bij een interpretatie vraag je dan ook naar uitleg, zodat navolgbaar is hoe iemand ertoe komt. Je kunt daar een andere onderbouwde interpretatie tegenover stellen, zonder de eerdere voor onwaar te houden.

Spelen en kijken heeft veelal met ervaren van doen, en ervaringen zijn vaak grond voor 'zeker weten dat ...'. Theoretisch kan iemand eventueel het tegenovergestelde bewijzen, maar de eigen ervaringszekerheid - zowel van kijkers: 'ik heb het toch gezien', als spelers: 'ik heb het toch zelf gespeeld' - wint in het begin nog vaak van de vakkennis. Het is interessanter te praten over het waarom van die zekerheid, dan als betweter met vakkennis iemand af te troeven.
Verwondering over spelmomenten is een prima start om interesse in dramatisch inzicht te laten ontstaan. Juist door niet meteen vakbekwame antwoorden te geven, maar via doorvragen op het hoe en waarom van hun denkwijze, wakker je deze interesse aan. Als je doorvraagt ontdek je wat spelers of kijkers werkelijk bezighield en ontdekken ze vaak zelf wat ze willen weten.

Gespreksvaardigheid van de begeleider
Het gaat hier om het kunnen leiden van een nagesprek: het kunnen hanteren van kijkvragen en antwoorden.
Vragen
Wat was er sterk in het leidinggeven aan het gesprek?
Wat waren zwakke momenten?
Hoe heb je die opgelost of hoe kun je die oplossen?
In hoeverre kun je tot echt dé antwoorden komen?
In hoeverre gaf je zelf de antwoorden weg?
Welke tips kun je elkaar aanreiken voor het leiding geven aan, of begeleiden van een dergelijk gesprek met jongeren.