Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Basisvaardigheden

De basis van samenspel is ageren, waarnemen, interpreteren, incasseren, verwerken, reageren. Je kunt niet samenspelen als je in je rol niet tot actie over kunt gaan (ageren), als je de ander niet in diens rol herkent (waarnemen en definiëren), of je niet weet hoe de acties van de ander te interpreteren - incasseren – verwerken en vervolgens te reageren op het spel van een medespeler. We behandelen hier deze basisvaardigheden en gebruiken de begripsomschrijving volgens Kramers woordenboek. Je vindt deze voorafgaand aan de opdracht. In het onderstaande voorbeeld staan woorden tussen haakjes; deze verwijzen naar de uitleg erna.

Verveeld afwachtend schrik je (schakelen) op van een ijverig typende secretaresse. Je zakt terug in verveling, om even later wakker te worden (schakelen): de prinses van je dromen galoppeert voorbij. Je gelooft je ogen niet en trekt je afwachtende houding aan (accepteren), als beschermende vacht, tegen impulsen om je heen.
Een 'goede morgen' doorbreekt bulderend je ochtendgemijmer (incasseren), en verstoord (verwerken) versnel je het bladeren in een nota, om voor buitenstaanders net te doen alsof je aan het werk bent (status).

Status
Status is een maatschappelijk begrip. Iedere stembuiging en iedere beweging geeft een status aan tegenover je medemens; hierdoor definieer jij je nader. Iedere handeling, houding, of gesproken zin heeft een motief en roept een reactie op bij de ander. Binnen drama vergroot je deze tekentaal. Door de status van de rol mee te nemen in de definiëring, verhelder je de onderlinge verhouding tussen de rollen.
We bedoelen met status hier niet de maatschappelijke, maar de persoonlijke positie die een rol inneemt ten opzichte van een andere rol. Zo kan een lakei een hoge status hebben ten opzichte van de koning, of een moeder kan een kind om toestemming smeken.

Accepteren
Accepteren betekent aannemen wat de ander aanbiedt ofwel ja zeggen. Binnen drama betekent accepteren, ingaan op wat de medespeler aanbiedt en meespelen in de aangereikte context. Dat betekent niet overal ja en amen op zeggen, want dat maakt het spel niet interessant. Tegenspel bieden is ook accepteren. De speler ontkent niet het spelgegeven, maar speelt complicaties en zorgt voor spelspanning.

Blokkeren
Blokkeren betekent de doorgang versperren. Binnen drama betekent blokkeren, het doorstromen van het spel versperren. Beginnende spelers zijn vaak geneigd nee te zeggen, omdat ze niet kunnen overzien wat het gevolg van acceptatie is voor hun spel. Als een speler het spelaanbod ontkent, raakt een medespeler (en daardoor het spel) geblokkeerd in voortgang of diepgang. Blokkeren is in feite ageren vanuit de eigen rol of zelfs als speler, en niet ingaan op de ander. Samenspelen vraagt om acceptatie van het spelaanbod.

Schakelen
Schakelen is verbinden, is in elektrische stroom brengen. Binnen drama betekent schakelen in verbinding blijven met de directe gebeurtenissen op de spelvloer. Op alle onverwachte dingen reageer je vanuit je rol. Door het schakelen expliciet te oefenen versterk je het bewust reageren vanuit het voorafgaande.

Incasseren   
Incasseren betekent innen, verduren, zich laten welgevallen. Binnen drama betekent dat: binnen laten komen wat je aan gegevens vanuit spelsituatie, tekst en medespelers hebt ontvangen.

Verwerken
Verwerken betekent goed in zich opnemen en bij de vervaardiging gebruiken. Binnen drama betekent dit: wat je ontvangt, een waarde geven, en van daaruit reageren met een innerlijke rolreactie.

We onderscheiden de basisvaardigheden om de aandacht specifiek te richten.

           Tante To is fors gebouwd, heeft een kordate stap, meestal een norse uitdrukking             
           en een zware stem. Ze houdt de touwtjes graag zelf in handen en commandeert veel.
           Ze verzorgt straatkatten en borstelt hen.
           Ze neuriet daar dan bij. Maar als een kat het niet wil en haar krabt, krijst ze kwaad en jaagt de kat weg.


Voorbereiding
Door zelf een rol te ontwerpen en te spelen kun je begrippen introduceren, die je hanteert.
Realiseer je de uiterlijke kenmerken in houding, beweging, mimiek en stem; de status die de rol meestal ten opzichte van anderen aanneemt; typerende handelingen, toepasselijk attribuut en kenmerkende reacties. Kies schakelingen van emoties en motieven waarom ze dat doet.
Hoe kun je door je eigen spel de begrippen introduceren? Hoeveel instructie heeft een medespeler nodig en welke roltaken neemt die voor haar rekening?

Speltraining
Blokkeren – accepteren – reageren; schakelen; incasseren; status

Het hele scala aan basisvaardigheden samen

Aan het hof
Iedereen loopt door de ruimte, jij geeft commando’s. Bij ieder commando moet ieder zo snel mogelijk iemand vinden om dat commando mee uitvoeren.
De commando’s zijn:
Koning en koningin: de koning gaat op zijn knie op de grond zitten, alsof hij een huwelijksaanzoek doet. De koningin zit op zijn andere knie met de arm om de schouder van de koning en aait hem over zijn hoofd. Wissel: de koningin maakt zich op, de koning bewondert haar.

Kok en lakei: de lakei sjouwt met een grote pan, de kok snelt toe en roert de soep.
Ridder en paard: één speler is het paard, de ander gaat er snel op zitten, als ware hij de ridder. Samen rijden ze naar de windmolens. Wissel: het paard stapt statig door de wei en de ridder probeert tevergeefs het paard te bestijgen.

Prinsen en prinsessen: prins en prinses omhelzen elkaar en beginnen een dansje. Wissel: prins en prinses zijn kwaad op elkaar en keren elkaar de rug toe.

Koning en knecht: de koning zit op zijn troon, de knecht brengt hem zijn koffie op een dienblad. Wissel: de knecht tuiniert met veel plezier, de koning komt langs en streelt de rozen.

Spelsituatie:
De jongeren staan in duo’s met de ruggen naar elkaar en geven zichzelf een nummer 1 of 2.
De nummers een geven een startzin (Nablijven? dat ik doe mooi niet; ik zou graag nog eens willen duiken).
De nummers 2 krijgen even de tijd om te definiëren, waarna zij zich omdraaien en reageren op nummer 1.
Samen improviseren ze verder.

Na enkele minuten geeft je een teken tot bevriezen, de spelers besluiten: uitgummen en opnieuw beginnen met de startzin, of doorspelen.
Hierop is verder te variëren met bevriezen en nieuwe elementen toevoegen door een complicerende zin/houding/voorwerp/kledingstuk/derde rol. Door het bevriezen krijgen de jongeren tijd en ruimte om zich te realiseren: speel ik een status, incasseer en verwerk ik echt wat mijn medespeler aanreikt, zijn mijn acties adequaat, hoe kan ik een onverwachte wending inbrengen? Ze hoeven ze niet onmiddellijk te spelen.

Nabespreking
Welke zin inspireerde tot een mooie scène? Hoe veranderden statussen? Wat hebben ze ontdekt?

Afhankelijk van je eigen expertise en de speltraining van je spelers ontwerp vervolgopdrachten. Je kunt te rade gaan bij Keith Johnstone, Henk Hoffman, André Besseling (zie literatuurlijst) of de hiernavolgende opdrachten