Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Thematisch improviseren

Met improviseren kun je alle kanten op, maar je kunt ook van tevoren een bepaalde richting uitstippelen. Veel meer dan de richting waarin jongeren het thema gaan verkennen, mag er vooraf niet vastliggen. Anders is er geen sprake meer van improviseren.
Afhankelijk van je doel met het thema, geef je jongeren al dan speelvrijheid. Wil je de spelers namelijk spelenderwijs zich laten verdiepen in een rijk verhaal, dan is ervan afwijken niet zinvol. Wordt de thematiek meer beleefbaar en inzichtelijker door eigen inventiviteit, dan is het zinvoller hun speelruimte te bieden. Wel moet je het eigenlijke brandpunt van het oorspronkelijke verhaal centraal houden voor je spelers.

De stoelstructuur
Als je nog niet zo vertrouwd bent met improviseren in een groepssamenspel is de zogeheten stoelstructuur zeer ondersteunend. Het principe is eenvoudig: je zit op de stoel als je vertelt. Je gaat van de stoel als je een verhaalgedeelte speelt. Je keert terug naar de stoel, als je weer doorvertelt of verzint met de jongeren. Gavin Bolton ontwierp deze structuur.

  • Je zit op de stoel en vertelt het begin van het verhaal.
  • Je stelt de eerste categorie vragen; Vragen die ze vanuit de verhaallijn kunnen beantwoorden: Hoe ziet de kamer van X eruit?
  • Je speelt een rolmoment;
  • Je keert terug naar de stoel en je gaat over op de tweede categorie vragen;
    Vragen die ze niet meer als luisteraar, maar als rolfiguur beantwoorden: X, wat wil je vragen?
  • Je vertelt verder en gaat over op de derde categorie vragen; Vragen die de verhaallijn kunnen doorbreken: X, ga je wel? Met deze laatste categorie vragen begeef jij je op glad ijs. Je stimuleert de groep een totaal ander vervolg aan het verhaal te geven. Jij moet daarop kunnen inspringen, in eerste instantie vertellend en zo mogelijk met spelopdrachten voor de spelers.
  • Met een speler speel je samen een verhaalfragment. Je keert terug en verzint verder;
  • Je gaat weer van de stoel af en speelt met een paar jongeren een verhaalfragment;
  • Je keert terug naar de stoel en overlegt weer;
  • Je speelt met een gedeelte van de groep, keert terug naar de stoel en verzint verder;
  • Je speelt met de hele groep een verhaalfragment. Ieder keert terug naar zijn of haar stoel;
  • Je beëindigt het verhaal vertellend of in samenspraak met de jongeren.

Hoe vaak je op momenten zelf meespeelt is van de situatie afhankelijk: stimuleert het zelf spelen hun spel? Is het nodig om het spel te verhelderen, te intensiveren, bij te sturen in de richting die de spelers eerder aangaven?

De stoelstructuur is zowel voor afwijkende als verhaalgetrouwe improvisaties in te zetten. De beschreven stappen zijn niet altijd allemaal nodig. Als beginnend docent kun je zodoende veilig experimenteren. Voor de jongeren lijkt het alsof je samen vertellend een verhaal verandert, dat je afwisselt met af en toe een speelmoment. Naarmate je ervarener wordt, kan het uitgroeien tot een totale groepsimprovisatie. Voor de jongeren blijft de structuur helder: na iedere improvisatie gaat ieder terug naar de stoel en jij weeft de vondsten van de groep in de bestaande verhaallijn. Redenen kunnen zijn: een rumoerig spelmoment, na een hoogtepunt of om welke reden dan ook. De terugkeer naar de stoel is teken van luisteren naar het verhaal.

Improviseren vanuit een verhaal met behulp van de stoelstructuur

Voorbereiding
Kies een verhaal uit dat speelbaar is met een volledige groep van de onderbouw. Het verhaal moet veel mogelijkheden van handelen hebben en een of meer problemen bevatten.
Bepaal momenten om het verhaal te onderbreken en voor vragen en improvisaties.
Ontwerp de verschillende soorten vragen die:
de jongeren vanuit de verhaallijn kunnen beantwoorden, bijvoorbeeld welke boodschappen moet je vandaag doen?
niet meer als luisteraar, maar als rolfiguur kunnen beantwoorden, bijvoorbeeld 'meneer kunt u me vertellen welke kant ik op moet?'
vragen die de verhaallijn doorbreken, bijvoorbeeld 'ze had een beter plan. Weet jij welk?'
Ontwerp vragen die leiden tot meegaan in lijn met het oorspronkelijke verhaal of er juist van afwijken.
Ontwerp ideeën voor improvisatie in kleinere groepjes, de helft van de groep en hele groep. Laat je ook hier weer leiden door het doel wat je met het spel hebt. Simpel gezegd, als je het thema 'kou' aan de orde wilt stellen, kom je niet met een cruise in Hawaï terecht (tenzij je de psychologische kou bedoeld). Laat binnen jouw marges voldoende ruimte voor de inbreng van de spelers.
De eerste keren is het natuurlijk oefenen in het leiden en begeleiden van thematisch improviseren. Je ontdekt de haken en ogen, maar ook hoe die zijn op te lossen.

Speltraining voor jezelf
Speel met een groep een verhaal uit en houd het voor jezelf zo veilig als je wilt. Het mag een voor de anderen bekend verhaal zijn. Er hoeven geen grote verhaalafwijkingen te ontstaan en evenmin hoeft ieder tegelijkertijd te spelen. Zelfs niet in een halve groep. Speel vooral met de stoelstructuur, zodat je die steeds vrijer kunt gaan toepassen.
Je begint te vertellen en onderbreekt je verhaal met vragen. Deze dagen uit tot steeds meer ruimte nemen voor eigengereide antwoorden. Ze prikkelen tot het creëren van de eigen verbeelding.