Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Presentatievormen

Collagevoorstelling

Uit korte verhalen, goede improvisatievondsten, een favoriet lied, een bewegingsexperiment, mooie resultaten van handenarbeid en een jonglerende speler kun je een voorstelling samenstellen. Je spreekt dan van een collage. Na een eerste vormgeving en onderlinge presentatie inventariseer je samen met de jongeren hun mogelijkheden en plaatst deze in een collage.
Niet alleen de inhoud bepaalt de volgorde, maar ook de afwisseling in: groeps- en solistisch optreden; verbaal en non-verbaal spel; spel met volle vaart en rustig, subtiel spel; momenten waarin het publiek meespeelt of -zingt, alleen kijkt en luistert;
Je kunt andere vakken in een week- of maandsluiting integreren. Bijvoorbeeld:
Een groep (groep A) levert commentaar op een krantenartikel over een bepaald land (maatschappijleer). Een dramatisch spannend moment ondersteun je met bijvoorbeeld tromgeroffel of zingende zaag (muziek). Je voert het leven in dat land ten tonele door middel van enkele scènes (groep B). Hierin versterken ze een feestelijk moment met een streetdance (dansexpressie)(groep C). Tijdens het wisselen van decor voor een volgende scène vertoont een rondreizend circus succesvolle fragmenten uit de gymnastiek (groep D). De prachtresultaten van tekenen en handvaardigheid tonen ze (groep E) met behulp van een rondleider in een museum (eventueel plaatsen ze het museum in het eerder genoemd land).

Een documentaire is een speciale collage waarin een thema centraal staat, deze vorm leent zich uitstekend als een hele school of gedeelte projectmatig aan het werk is geweest en dit willen presenteren.

Voorbereiding
Brainstorm over mogelijkheden. Kies vanuit je ervaringen met de spelersgroep en je inschattingsvermogen op haalbaarheid: dat zou kunnen, dit vinden ze leuk.
Selecteer de voorstellen ook op aantrekkingskracht voor publiek. Bepaal wat je door wie laat uitwerken en uitvoeren. Bepaal een volgorde, zodat er een programma ontstaat. Wissel de ideeën uit met collegae (gym, beeldend, muziek, Nederlands) en kom tot taakverdeling: wie nemen welk groepje voor hun rekening en gaan welk idee uitwerken? Bespreek mogelijkheden van vormgeving. Bepaal op welke manier de onderdelen in elkaar overgaan of hoe een spreker ze aan elkaar kan koppelen.

Speltraining
Afhankelijk van de gekozen vormen gaat ieder aan de slag. Geef de jongeren tijd om zelf met inhouden en vondsten te komen. Verzamel de oogst en ga aan het regisseren.

Klachten - en Meespeeltheater

zie samenspel

Monologen

(vrij naar Karien de Baat)

De jongeren kiezen een van onderstaande opstartmonologen ter inspiratie en gaan ermee aan de slag. Ze bedenken: Wie E … ben ik, Wat… is er, Waar … ben ik, en onderzoeken de tekst op de betekenis voor hen. Ze mogen de tekst aanpassen of uitbreiden en leveren dan de definitieve tekst die zij willen spelen in.
Afhankelijk van wat eerder getraind is, geef je hun aandachtspunten waarop ze in de voorbereiding moeten letten. Ze krijgen enkele weken de tijd om eraan te werken en in de lessen begeleid jij degenen die erom vragen.
Keuze uit: goede concentratie, begin, midden en einde, houding en fysiek spel, volume en articulatie, gebruik van stiltes, geloofwaardigheid; toepassing van mise-en-scène, decor- en materiaalgebruik, tekstvastheid, originaliteit, kloppend spel met de uitwerking, inlevingsvermogen, timing, focus, kunnen presenteren voor publiek.
De aandachtspunten in de voorbereiding zijn bij de presentatie je beoordelingscriteria.

Startzinnen voor een monoloog
IK:                Ze zeggen dat ik heel erg op mezelf gericht ben;
ZORGEN:      Ik maak me zorgen over alle vervuiling en vergiftiging van het milieu;
KOPIE:         Ik ben een kopie van mijn ouders;
VOETBAL:     Dom gedoe, tweeëntwintig man achter een bal aan op een gifgroen grasveld;
HOUDEN:     Iedereen houdt van me, begrijp jij dat?
NIKS:           De vraag is het antwoord, maar het antwoord is de vraag niet.

Maskerade

(vrij naar Karien de Baat)

De jongeren vormen groepjes van drie tot vijf personen en bepalen een thema waarvoor ze een scène ontwerpen, waarin het hoofdpersonage twee gezichten heeft. De scène verloopt van negatief naar positief of andersom. Het personage dat de wending veroorzaakt, draagt een masker waar zij zich achter schuilhoudt; haar ware gezicht zie je niet. In samenspel met de anderen komt een andere karaktertrek of het eigenlijk motief voor iemands gedrag aan het licht. Bijvoorbeeld, de complimentjesgever wil iets van een ander, de vrek blijkt een grote dierenvriend, de vredesmissie blijkt te veranderen in oorlog. Vanuit de plot die ze bedenken, komt ieder groepje tot rollen, situatie, spelinhoud. Ze verdelen de rollen en kiezen maskers en kostuums, en gebruiken eventueel ook digitaal materiaal. Ieder groepje vraagt iemand die voor hen de techniek van licht, mediapresentatie en geluid bedient tijdens de voordracht. De jongeren krijgen enkele weken de tijd om hieraan te werken, zowel thuis als tijdens de dramales.
Je kunt kiezen voor bestaande maskers en kostuums of de jongeren alles zelf laten ontwerpen in samenwerking met de docent beeldend.

Musical

Een musical is een verhaal op muziek. Alle vormgevingssuggesties zijn mogelijk. Het specifiek muzikale of dansante gedeelte valt buiten het bestek van deze site. Wel volgen hier enkele tips om het spel tijdens een musical te verlevendigen.

Tips

  • Spelers lopen ritmisch als een personage uit een bepaald lied. Zij onderzoeken typerende loopjes en ritmes voor hun rol; instrumenten begeleiden de bewegingen.
  • Er is een zangkoor in driedimensionale theatrale beelden (tableaus), de koorleden verschuiven in de loop van het verhaal naar een andere plaats op het podium. Dit kan met kleine pasjes en nauwelijks bewegende lichamen, op een tijdstip dat andere spelers de aandacht krijgen. Maar het tegenovergestelde kan ook: juist groots en nadrukkelijk. Op het ritme van het lied ontstaat in staccato bewegingen een volgend tableau.
  • Een lied ontstaat vanuit ritmische tekstzegging, wordt tot lied en keert weer terug in ritmische tekstzegging.
  • Tijdens het zingen van een lied ontstaat een serie ‘climaxtableaus’.
  • Spelers handelen op het ritme van het lied in rol, terwijl ze zingen.
  • Jongeren maken uitstapjes op de verhaallijn, maken er eventueel een eigen lied bij. Terugkeren naar het oorspronkelijke script kan altijd nog.
  • Een scène komt op film en het koor levert er zingend commentaar op.
  • Poppen-, schimmen-, masker- of hoorspel vult het spel aan.
  • Delen van de tekst worden door djabbertaal geheimzinniger, muzikaler, expressiever.
  • Het publiek zingt een refrein mee, er hangen vellen papier met tekst aan de zaalwanden.

    Speltraining
    De jongeren kiezen liederen en een rol van waaruit ze het lied kunnen zingen (eventueel gedeeltelijk zeggen). Plaats het lied in een speelbare situatie en laat medespelers in stil spel de situatie vormgeven. Ze kunnen zich laten inspireren door filmclips. Ze tonen hun eerste pogingen aan elkaar en bespreken verbeteringen. Sleutel aan de overgangen tussen zingen en spelen, zodat de voorstelling natuurlijk doorstroomt.