Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Regisseren

Toneelspelen voor anderen vraagt om regie: een persoon die de rol van toeschouwer op zich neemt en van daaruit aanwijzingen geeft. Weeksluitingen of pauzetheater vinden vaak plaats op basis van improvisatie, veelal verzorgen jongeren deze zelfstandig. Maar de dramadocent wil ook hierin kwaliteit. Optreden voor publiek vraagt extra vormgevingsvaardigheden. Jij als docent- regisseur zal vragen beantwoorden om tot beslissingen over een werkwijze te komen: Wat zijn de presentatiemogelijkheden? Wat willen de jongeren vooral laten zien? Hoe wordt die intentie voor het publiek duidelijk? Welke ideeën krijgen op welke manier vorm?

We laten jongeren optreden, omdat ze het leuk vinden, maar ook omdat optreden een stimulans is om duidelijk de eigen verbeelding vorm te geven. Improvisatie is nodig omdat er vooral door spontaniteit en spelnoodzaak van het moment kwaliteit ontstaat. Als ze veel vanuit geheugen en 'hoofdwerk' spel herhalen, spelen ze vaak niet meer en verliest het spel aan overtuigingskracht.

Werken met de vijf W's

Als uitgangspunt voor een presentatie kunnen een verhaal, thema, een serie improvisaties of een techniek dienen. Maar altijd zullen spelers werken met de vijf W's.

Het Waar
Spelers ontdekken dat ruimte invloed heeft en dat ze dit door handelen en bewegen in die ruimte zichtbaar maken. Wat doet de omgeving mij, wat kan ik binnen die ruimte, welke invloed heeft een medespeler op de ruimte? Jongeren ontdekken dat de omgeving en het handelen van de spelers invloed hebben op de tekst.

Het Wie
Spelers ontdekken dat een rolkarakter kan ontstaan vanuit fysiek spel; dat fysieke handelingen hun inleving in de rol versterkt. Spelers ervaren dat een rol groeit door inleving, associatie, eigen herinneringen en in samenspel met andere rollen.

Het Wat
Jongeren geven het begin, hoogtepunt en einde van het verhaal spelend vorm of vertellen het, zodat het verloop duidelijk is. Zij benoemen en interpreteren de onderlinge relaties tussen de rollen, gevoelens, status en spelomgeving. Jongeren ontdekken dat de manier waarop ze een tekst zeggen een interpretatie is: gehaast, doodmoe, kwaad, verlegen, superieur, zenuwachtig.

Het Wanneer
Jongeren ontdekken dat dag en nacht, zomer en winter, tijdsdruk of zeeën van tijd invloed hebben op de manier waarop ze in rol reageren en het verhaal zich ontwikkelt.

Het Waarom
Spelers ontdekken dat afstand, stilte, verzwijgen, of een onverwachte wending spanningsverhogend kunnen werken. Zij ontdekken dat ze een eigen interpretatie van het verhaal kunnen geven. Ze ontdekken dat verschillende improvisaties vanuit het Wie en Waar verschillende kanten van het speelverhaal belichten.

Speltraining
Om jongeren bewust de vijf W's toe te laten passen, krijgen ze allemaal expliciet aandacht. Ontwerp opdrachten naar eigen inzicht of gebruik andere bronnen. Geef per opdracht of les altijd één W de hoofdaandacht om er spelkwaliteit in te ontwikkelen. Door deze beperking kunnen ze verbeteringen begrijpen en toepassen in vervolgopdrachten.

Spelsituatie
Door het samengaan van de vijf W's kan er een volwaardige scène ontstaan. Jongeren gaan zelf een optreden voorbereiden voor het pauzetheater. Iemand is de regisseur die let op rolvormgeving (verbaal en non-verbaal), mise en scène, spanningsopbouw.