Spelen vanut verbeelding

Spelen is de kunst


Kunst om de Levenskunst

Wij maken zelf theater

Jongeren presenteren spontaan; ze hebben intuïtief verstand van zaken. Toch is het goed hen enkele basisprincipes van eenvoudige dramatische vormgeving bewust te maken. Hieronder een beknopte versie van een lessenserie dit dat als doel heeft.

Decorbouw

Zorg dat via een warming-up spel stoelen over het hele lokaal verspreid zijn. Ga vervolgens met de groep aan de kant staan en vraag aan de jongeren, waaraan een bepaald groepje stoelen hen doet denken: waar zouden ze kunnen staan: café – auto – bioscoop. Laat ze deze plaatsen sterker herkenbaar maken voor publiek: welke attributen kunnen er bij, hoeveel ruimte is er nodig? Bespreek waardoor het decor duidelijk werd, wat moet erin blijven, wat kan er weg? Tot slot maakt ieder groepje een tableau in het eigen decor.

Mise-en-scène

Ieder groepje gaat weer staan in het tableau van de vorige keer, maar nu zonder decor. Hoe verhouden deze mensen zich onderling – in welke relatie staan ze tot elkaar – welke sympathieën en antipathieën spelen er – zijn er statusverschillen tussen hen? Hoe dichtbij of ver verwijderd van elkaar staan ze? Kijken ze elkaar wel/niet aan? Wie kijkt wie aan? Hoe kijken ze elkaar aan? Ieder groepje maakt drie totaal verschillende tableaus waarin onderlinge relaties – lijnen van sympathie of spanning – verhoudingen – plannen - zichtbaar zijn binnen die specifieke situatie.

Het aristotelisch model       
Aan de hand van platen uit een kinderboek kun je jongeren duidelijk de opbouw van een scène laten ontdekken. Ieder groepje krijgt hetzelfde kinderboek en op stroken papier de begrippen: expositie, motorisch moment, ontwikkeling, crisis, afwikkeling, uitleiding. De jongeren onderzoeken bij welke tekening/tekst ze de begrippen kunnen plaatsen en leggen elkaar uit waarom zij ze daar plaatsen. In de uitwisseling zullen hierin verschillen opduiken, die voor jou aanleiding zijn voor verdere uitleg. Ieder groepje werkt nu een van de eerdere foto’s (les in mise-en-scène) uit tot een verhaallijn. Daarin verwerken ze de begrippen en maken ze deze zichtbaar, doordat de spelers op die momenten ‘bevriezen’. In de nabespreking benoemen de jongeren de momenten van freeze met de begrippen, en gaan hierover met elkaar in gesprek. (naar: Nienke Jansen en Janine van Hees).   

Spanningslijn

De groep kijkt naar enkele filmfragmenten die op hun spanningsopbouw zijn  geselecteerd. Men bespreekt met elkaar waardoor de spanning ontstaat: uitstel – stilte – muziek – non-verbale signalen – halve zinnen – stemgebruik – houdingen ten opzichte van elkaar, et cetera. Ieder groepje krijgt een laptop met een ander fragment uit die film waarvan ze nu zelf momenten selecteren, de plaatsen van de fragmenten via telnummers noteren en op effecten voor spanningsopbouw bespreken. In groepjes werken ze weer een van de eerdere tableaus (les in mise-en-scène) uit tot een spannende scène. Daarbij ze spelen in het eerdere decor, gebruiken ze eerdere attributen en passen al het eerdere toe, dat bruikbaar is voor deze scène.

Kostuums, muziek, licht

Je hebt via Internet zeer verschillende theaterposters/foto’s geselecteerd en laat de groep met elkaar bespreken waarover de voorstelling volgens hen gaat en waaraan ze dat zien. Vervolgens laat je ze enkele zeer verschillende fragmenten filmmuziek horen en laat hen associëren over de inhoud. Ze leggen elkaar daarbij uit waardoor ze die associatie krijgen. In groepjes bespreken ze welke kostuums hun personages nodig hebben, welke muziek ze wanneer willen inzetten, en welke wensen voor de belichting ze hebben.

Afronding
Ieder groepje zorgt voor kostuums, muziek, attributen en schrijven een korte samenvatting van hun scène, waarin ze de behandelde begrippen hanteren en toepassen op de scène die ze gaan presenteren.